
Van vechten in een oorlog naar vechten tegen zenuwziekte
Human interestTwee weken geleden kon u in dit weekblad al lezen over Stichting Veteranen Wijchen en het Veteranencafé. Daarin kon u al een deel lezen over Ronny Terwijn, een van de veteranen die regelmatig in het café komt. Hij is veteraan, omdat hij uitgezonden is geweest naar Afghanistan. Inmiddels is hij geen militair meer vanwege de spierziekte MS. Een ziekte die hij al tijdens zijn uitzending had, zonder dat hij het wist.
Door Milan Sanders
De carrière van de oud-landmachtmilitair kwam niet helemaal uit het niets. “Ik vond het vroeger al leuk om soldaatje te spelen. De ambitie is tussendoor wel eventjes weggegaan, maar uiteindelijk ben ik toch bij Defensie aangesloten. Ik werd echt opgeleid en getraind om ook aan het front te staan. Dat gebeurde in Nederland, maar ook in Amerika, waar ik mijn opleiding uiteindelijk voor een groot deel heb gedaan. Helaas kreeg ik op een gegeven moment een hernia, waardoor ik een ander soort rol kreeg dan we in eerste instantie in gedachten hadden.”
Toch werd Ronny in 2017 uitgezonden naar Kabul, waar hij de opperofficieren en vlagofficieren van alles moest voorzien wat ze maar nodig zouden kunnen hebben. “Ik moest bijvoorbeeld de helikopter- en vliegtuigvluchten regelen om snel van A naar B te kunnen gaan, maar ook de beveiliging van de officieren. Ik was onderdeel van het National Support Element in de rol van officier logistiek. Je geeft dan support aan de club die in jouw kamp zit en zorgt dat alles voor hen netjes geregeld is, zodat zij hun eigen taken goed kunnen uitvoeren.” Iets anders dus dan aan het front, maar wel in het leger.
Daarin was iedere dag verschillend. Het ene moment regelde hij vervoer voor zijn collega’s en het andere moment stond Ronny met een taart in zijn handen om de verjaardag van een van de officieren te vieren. “Dat is best een dingetje als je ver van huis bent. Op die manier probeerde ik toch iemand een fijn gevoel te geven, ondanks dat we in een moeilijke situatie in Afghanistan zaten.”
Dat werk verrichtte hij vanaf twee locaties. Zo zat Ronny op het hoofdkwartier van de NAVO en op het vliegveld. “Ik moest regelmatig naar het vliegveld om bijvoorbeeld medicijnen en munitie te laten ophalen. Dat zijn natuurlijk dingen die je niet even kan laten wachten en later op de dag ophaalt.”
Dat werk in Kabul was niet niks, zo kan Ronny zich nog herinneren als hij terugblikt. “Je bent constant dingen aan het regelen en probeert iedereen het zo goed mogelijk te laten hebben, terwijl je ondertussen in een oorlogsgebied zit. Toen kreeg op een gegeven moment iemand met wie ik mijn werk samen uitvoerde voedselvergiftiging en lag hij lang in het ziekenhuis. Dus toen kreeg ik nog meer op mijn bordje. Maar goed, dat is gewoon de knop omzetten en gaan.”
Het ver weg van huis zijn had de veteraan eigenlijk niet zoveel moeite mee. “Dat is waar je voor getraind werd. Dus je weet dat het gaat komen. Het is een behoorlijke ervaring.” Dan drukt de veteraan het nog zachtjes uit, want in Afghanistan maakte hij genoeg mee. “Ik heb meegemaakt dat de ‘vijand’ ineens voor de deur van het hoofdkwartier stond. Ze wilden ons kamp binnendringen en het vuur werd geopend. Toen zat ik ineens van het ene op het andere moment in een vuurgevecht.”
Vanaf dat moment werd de situatie ook een stuk onveiliger voor Ronny. “De poort waar ze doorheen wilden komen, was niet zo ver van mijn slaapplek af. Na het vuurgevecht hebben ze nog meer pogingen gedaan om ons te raken. Op een gegeven moment vlogen iedere dag wel de mortieren ons om de oren. Dat was de eerste nacht echt doodeng. Onze slaapplek had ook geen pantser, daar wilde Nederland niet voor betalen. Maar op een gegeven moment gebeurde het zo vaak dat je eraan went. Gelukkig konden de Afghanen ook niet zo goed mikken.”
Ondanks dat het hoofdkwartier intact bleef, werd het vliegveld waar Ronny ook werkzaam was wel geraakt. “Ik had daarbij geluk, want op die dag was ik toevallig op het hoofdkwartier. Een dag later zou ik naar het vliegveld gaan. Er kwamen toen belangrijke mensen van de NAVO op bezoek, dus de Taliban vond dat een geschikt moment om het vliegveld aan te vallen. Maar ik was dus op het hoofdkwartier op die mensen aan het wachten om ze daar te ontmoeten. Uiteindelijk zijn ze gelukkig wel goed aangekomen.”
Nu, tien jaar later, is hij dus veteraan. Ronny merkte namelijk in Afghanistan op dat hij regelmatig zijn balans kwijt was en zich soms niet goed voelde. “Ik kon toen ik terug was in Nederland ook ineens niet meer de 4Daagse lopen, terwijl ik dat altijd deed. Toen bleek dus in 2019 dat ik de zenuwziekte MS had. Dan staat ineens je wereld op zijn kop.” Hij kon vanaf dat moment zijn werk als militair niet meer voortzetten en moest helemaal opnieuw beginnen.
Toch werkt hij, ondanks zijn ziekte, nu nog voor Defensie bij de luchtmacht op de logistieke afdeling. Zo maakt hij planningen en helpt hij mee bij de opleidingen die de militairen volgen. “Ik ben zelf na mijn diagnose op zoek gegaan naar een nieuwe functie en gelukkig kon ik nog bij Defensie blijven, want daar ligt mijn passie.”
Nu voert hij dus geen strijd meer met de Taliban, maar met MS. Ondanks dat blijft Ronny positief en hoopt hij nog lange tijd zich in te kunnen zetten voor Defensie en natuurlijk langs te gaan bij het Veteranencafé.







