Het huis van de gemeente
Het huis van de gemeente

‘De begroting van Wijchen is géén carnaval’

Politiek

De begroting van de gemeente Wijchen stond afgelopen donderdag op de agenda. Een begroting die door de raad unaniem werd omarmd. Dat is wel eens anders geweest. Dat partijen die in eerdere jaren nog tegenstemden zich nu wel achter het huishoudboekje schaarden, had vooral te maken met het uitblijven van scherpe financiële keuzes.

De beslissing om de OZB de komende twee jaar niet te verhogen, werd namelijk al bij de perspectiefnota van deze zomer genomen. Daardoor waren de discussies donderdag niet van het type ‘hard tegen hard’. “Klein bier,” noemde Titus Burgers (PvdA) het in zijn tweede termijn, waarbij prullenbakken volgens hem bijna net zoveel aandacht kregen als de financiële koers van de gemeente.

Wethouder Geert Gerrits presenteerde in de raadszaal van het kasteel een ‘miljoenennota’ die op brede steun kon rekenen. In totaal gaat er 145 miljoen euro om in de gemeente Wijchen, waarvan ongeveer de helft bestemd is voor zorg. De gemeente ontvangt 107 miljoen vanuit het Rijk.

Dat laatste maakt de uitkomst voor Wijchen ieder jaar spannend. De afgelopen jaren leek de rijksbijdrage te worden teruggeschroefd en hing een bezuinigingsscenario boven de markt. Voor de komende jaren is dat echter opgeschoven: het zogeheten ‘ravijnjaar’ komt nu pas in 2028. Daardoor schrijft Wijchen in 2026 een positief resultaat van circa zeven ton en in 2027 zes ton. Daarna wordt twee keer richting een half miljoen verlies gegaan, al kan dat opgevangen worden met de aanwezige reserves.

Financieel wethouder Geert Gerrits was, niet geheel toevallig, in aanloop naar het carnavalsseizoen in beeldspraak op dreef; het was zijn elfde begroting. “Onze begroting is geen carnaval. Geen maskers en slingers, en geen ruimte voor een prinsenleven,” zei hij. “Maar wél een solide basis om gemeentelijke taken uit te voeren en bestaande en nieuwe ambities te realiseren. Financieel gezond blijven is geen saai thema, maar juist noodzakelijk om te kunnen investeren in iedereen die hier woont, werkt en leeft.”

Maar juist die woorden over investeren konden op tegenwind rekenen. De linkervleugel van de raad vindt dat de gemeente te voorzichtig is. Volgens Pepijn Oomen (GroenLinks) wordt er wel erg veel gespaard en blijven investeringen in de samenleving achter. “De begroting 2026 laat zien dat Wijchen er financieel goed voor staat, maar dat mag geen excuus zijn voor stilstand,” zei hij. “Door een te behoudend begrotingsbeleid laat de coalitie kansen liggen op het gebied van wonen, klimaat, natuur en sociale rechtvaardigheid. Veel voornemens uit het coalitieakkoord zijn nog niet gerealiseerd. Wat ons betreft is het tijd voor een koerswijziging: niet oppotten, maar investeren.” Titus Burgers (PvdA) formuleerde het zo: “We moeten niet alleen op de winkel passen.”

De coalitiepartijen zagen dat anders. Renate Loermans (K8W) wees op investeringen die wél gedaan zijn, zoals in Hart van Zuid, het sociale domein en de eerste stappen richting een nieuw zwembad. VVD’er Vroom vond het juist wel prettig dat er weinig druk op de begroting stond: “Een teken dat het gewoon goed gaat met Wijchen.” CDA’er Karin Hoogteijling haalde uit de verschillen zelfs iets positiefs: “We hebben misschien verschillende normen, maar de waarden die deze raad deelt, zijn dezelfde.”

Uiteindelijk stemde de volledige raad in met de begroting. Daarnaast kregen enkele moties groen licht. Naast het opknappen van de publieke tribune in de raadszaal, wordt het college gevraagd om in kaart te brengen of leges rond de bouw van het hoogspanningsstation deels ten goede kunnen komen aan het gebied waar dit station komt, en inzichtelijk te maken welke mogelijkheden er zijn om werken meer te laten lonen, omdat inwoners nu soms regelingen en toeslagen verliezen wanneer zij meer verdienen.

Tot slot besloot de raad om de actie ‘Doneer een noodpakket’ van Stichting Vincentius te ondersteunen. Daarmee wordt voor 5.500 euro beschikbaar gesteld voor noodpakketten, bedoeld voor inwoners met een laag inkomen om de eerste 72 uur van een noodsituatie door te komen.