Marissa (links) en Sharona in actie op de schietbaan
Marissa (links) en Sharona in actie op de schietbaan

In Wijchen-Noord houdt een kleine schietvereniging stand

Human interest

Wijchen kent een zeer rijk verenigingsleven. Sommige verenigingen zijn groot, zichtbaar en regelmatig onderwerp van gesprek. Andere leiden een bestaan buiten de schijnwerpers. Schietsportvereniging St. Hubertus behoort tot die laatste categorie. Verscholen achter wijkcentrum ’t Achterom in Wijchen-Noord onderhoudt een kleine groep vrijwilligers een vereniging die al meer dan vijftig jaar bestaat, maar die sinds de coronapandemie moeite heeft om het ledenaantal op peil te houden. 

Door Lars Regeer

Lang duurt het niet voordat de vraag komt waarvan ik stiekem al hoopte dat die gesteld zou worden: of ik ook een keer wil schieten. Ik kruip achter het luchtwapen, kijk door het richtmiddel en probeer mijn hand stil te houden. Nadat het schot klinkt, haalt secretaris Jos van Leijden de schietkaart terug en verschijnt er een score die verrassend dicht bij het midden zit. Hij ziet onmiddellijk mogelijkheden. “Kijk, weer een nieuw lid erbij,” zegt hij met een knipoog.

De opmerking raakt een serieuze kwestie. Waar de vereniging vóór corona nog tussen de 25 en 30 leden telde, zijn daarvan inmiddels ongeveer zeventien over. “Corona heeft ons echt een knauw gegeven,” zegt Van Leijden. “We organiseren nog steeds twee keer per jaar een landelijk toernooi. Daarmee blijven we zichtbaar en vullen we de kas. En gelukkig hebben we een vaste groep vrijwilligers, maar daardoor komt er ook veel werk bij dezelfde mensen terecht. De schietbaan is gemoderniseerd en heeft onlangs een nieuwe kleur gekregen; dat soort klussen doet het bestuur dan zelf.”

Even later, boven de schietbaan in de kantine, breekt een bekentenis het ijs. Voorafgaand aan mijn bijna-voltreffer schoot ik een weinig indrukwekkende 4,2. Op de kaart van de schutter naast me. Het levert een ronde gelach op. “Gebeurt wel vaker,” zegt iemand geruststellend.

Die ontspannen sfeer lijkt minstens zo belangrijk als de sport zelf. Voordat er wordt geschoten, drinken de leden koffie en praten ze bij. Aan tafel zitten penningmeester en trainster Marissa van Leijden, trainster Sharona van der Heijden, wedstrijdleider Eric van der Heijden, gebouwbeheerder Peter van Gaal en secretaris Jos van Leijden.

Opvallend genoeg zijn er twee vader-dochtercombinaties binnen de vereniging. En mogelijk komt daar een derde bij, want ook de twee bezoekers die deze avond een proefles volgen blijken in die vorm familie van elkaar. Volgens de aanwezigen is dat juist een van de aantrekkelijke kanten van de sport: jong en oud kunnen samen deelnemen. “Alleen Peter nog,” zegt Eric van der Heijden lachend. “Die krijgt zijn dochters nog niet zover.”

Binnen St. Hubertus blijken de dochters overigens vaak de meest fanatieke schutters. Marissa van Leijden en Sharona van der Heijden schopten het beiden tot het Nederlands Kampioenschap Luchtdrukwapens. Hun uitrusting verraadt hoe serieus ze hun sport nemen. Een schietbroek, schietjas, handschoen en speciale schoenen zorgen ervoor dat het lichaam zo stabiel mogelijk blijft.

“Het leer is ontzettend stug,” vertelt Marissa. “Mijn broek moest eerst opgewarmd worden voordat hij goed paste. Ik heb twee dagen met een föhn gestaan om mezelf erin te krijgen.” Goedkoop is die toewijding niet. Voor een complete uitrusting loopt de rekening al snel op tot ruim drieduizend euro.
Op tafel verschijnt vervolgens een luchtwapen. Van der Heijden schuift het mijn kant op. “Voel maar eens.” Vijf kilo blijkt het wapen te wegen. Zwaarder dan verwacht.

Binnen de schietsport wordt onderscheid gemaakt tussen luchtgeweer en luchtpistool. Beide wapens werken met samengeperst gas dat een projectiel voortstuwt. “En het zijn géén luchtbuksen,” benadrukt Van Leijden. Met het luchtgeweer wordt vaak opgelegd geschoten, waarbij het wapen rust op een standaard. Het luchtpistool wordt veelal uit de vrije hand gehanteerd.

Gebouwbeheerder Peter van Gaal legt uit hoe wedstrijden verlopen. Op tien meter afstand proberen schutters gedurende veertig tot zestig schoten een zo hoog mogelijke score te behalen. Tegenwoordig wordt bij het luchtgeweer gewerkt met decimalen; een perfect schot levert 10,9 punten op. “Vroeger had je die cijfers achter de komma niet,” zegt Van Leijden. “Maar de verschillen werden steeds kleiner. Winnen en verliezen zit vaak in een paar tienden.”

Terwijl beneden op de baan de schoten blijven klinken, vertellen de heren boven wat hen telkens terugbrengt naar de vereniging. Voor Van Leijden is het vooral de rust. “Als ik hier sta, ben ik alles kwijt. Dan zie ik alleen dat kogeltje en niets anders.” Voor anderen zit de aantrekkingskracht juist in het gezelschap. De vaste avonden. De gesprekken. “Als je eenmaal het virus te pakken hebt,” zegt Van Gaal, “laat het je niet meer los.”

Na de zomervakantie opent St. Hubertus weer de deuren voor nieuwe belangstellenden. Aan de Homberg kunnen bezoekers meerdere keren gratis een proefles volgen. Wapens zijn aanwezig.

Of ik terugkom? Van Leijden kijkt veelbetekenend naar die ene treffer dicht bij de roos. Hij heeft de hoop nog niet opgegeven.

Fotografisch bewijs van het