Piet van Erp voor de kerk in Balgoij
Piet van Erp voor de kerk in Balgoij

Wijchen onder water: terugblikken op de watersnoodramp met Piet van Erp

Historie

Op oudejaarsdag is het precies 100 jaar geleden: de watersnoodramp van Wijchen (en omstreken). Op 31 december 1925 brak de dijk bij Overasselt door, waardoor het water in volle vaart richting ons dorp stroomde. In gesprek met Piet van Erp blikt de Wegwijs terug op de intense weken van begin 1926, waarin ons dorp grotendeels uit water bestond.

Door Milan Sanders

Ik spreek af met Piet bij de kerk in Balgoij, met een goede reden. Die plek speelde tijdens de ramp namelijk een grote rol. Het dorp zelf ligt nogal laag, maar de kerk staat op een heuvel. “Hier kwamen de meeste mensen naartoe, omdat het hoger ligt dan de huizen. Het was veiliger,” legt Van Erp uit.

Maar hoe heeft het ooit zo ver kunnen komen dat de dijk doorbrak? “Boeren die hier gingen wonen en aan landbouw deden, legden de dijk aan. Maar die waren niet stevig; al bij veel wind of regen kon je zien dat het niet stabiel was. In die laatste dagen van 1925 waren de weersomstandigheden heel slecht en het water stond erg hoog. Uiteindelijk brak de dijk door. In die tijd gebeurde dat vaker, want in 1925 was het niet de eerste keer dat dit gebeurde. Zelfs vrij recentelijk is hier nog dreiging van geweest, in de jaren negentig.”

De doorbraak ontstond vroeg in de ochtend; rond 7.00 uur was er al een gat van dertig meter te zien. Dat gat zou uiteindelijk nog tien keer groter worden. Het water stroomde op volle snelheid vanaf Overasselt richting Balgoij en Wijchen. Het klotsende geluid was al in de middag te horen, en een dag later stond heel Maas en Waal onder water. Gemeenten waarschuwden elkaar via de kerkklokken en inwoners moesten evacueren. Zo vluchtten mensen richting Nijmegen en Arnhem, waar ze geen last hadden van het water. Anderen bleven op hun zolder zitten en in Balgoij trokken mensen richting de kerk; vervoer ging via roeiboten.

Tekst gaat verder onder de foto. 


Mensen konden via roeiboten van A naar B - foto: Gijs van Dijk

Voedsel werd in eerste instantie verzorgd door mariniers. Door de kou en het vriezen werd dit echter steeds moeilijker. Gelukkig gingen mensen in die tijd niet om de zoveel dagen naar de supermarkt. “Inwoners hadden vaak een wintervoorraad met eten; die namen ze nog snel mee naar hun zolder of de plek waar ze verbleven.” Daar hebben ze weken van moeten leven. Pas op 25 januari, bijna een maand later, konden kinderen weer naar school en was het ergste gedeelte voorbij.

De ramp kende geen slachtoffers, maar ze heeft absoluut veel impact gehad. “Mijn schoonvader woonde in Balgoij in die tijd en heeft de watersnoodramp meegemaakt. Hij was toen veertien jaar oud. Later, toen hij al een stuk ouder was, hebben wij nog een tijd met hem samengewoond. Zelfs al die jaren later, als het hard regende en waaide, moesten wij allemaal bij elkaar komen, omdat hij dan bang was dat er iets was gebeurd met de Maas. Dus het heeft echt wel degelijk iets achtergelaten bij de mensen.”

Vlak na de doorbraak, op 2 januari, kwam koningin Wilhelmina langs om de inwoners een hart onder de riem te steken. “Buiten dat het natuurlijk bijzonder is dat de koningin naar Wijchen en omstreken kwam, was het ook nodig. In die tijd was het namelijk normaal dat de pastoor beslissingen nam, maar die lag in het ziekenhuis. Dus er was eigenlijk niet echt iemand die een plan van aanpak had. De koningin had dat wel; ze zei direct dat het vee de kerk in moest, zodat ze daar veilig zaten.”

En dat gebeurde ook. De banken werden aan de kant geschoven en de dieren naar binnengehaald. Binnen twee dagen was de kerk onherkenbaar door de ontlasting en het vuil op de vloer. Tot op de dag van vandaag is dat nog terug te zien in Balgoij: als je naar de vloer in de kerk kijkt, zie je de kleine gaatjes en schade die de dieren hebben aangericht, bijna honderd jaar geleden.

Tekst gaat verder onder de foto. 


De voorkant van het kasteel tijdens de watersnoodramp  - foto: Gijs van Dijk

Het gebaar van de koningin was mooi, maar verdere hulp kregen Wijchen en de andere getroffen gemeenten niet. “Officieel moeten we het ook een toestand noemen, in plaats van een ramp. Bij een toestand hoeft de overheid namelijk niet te hulp te schieten.” Dat gebeurde dan ook niet, ondanks tientallen miljoenen guldens aan schade. Huizen waren vernield, vee was gestorven en sommige gebouwen waren onherkenbaar. Ook bleef er veel stinkend slib achter in de straten. In april begonnen de schadeafhandelingen pas, en de herhuisvesting zou nog tot 1928 duren. Het heropbouwen is zonder hulp van de overheid gelukt, met name door particuliere geldinzamelingen.

Omdat het inmiddels 100 jaar geleden is, is er een werkgroep in het leven geroepen. Watersnood26 organiseert verschillende activiteiten en lezingen, zodat we deze gebeurtenis niet zullen vergeten. Benieuwd naar het programma? Kijk op
www.watersnood26.nl of houd ons weekblad in de gaten!