Dokter Bollen hielp heel wat Wijchenaren van hun kwaaltjes af, van jong tot oud
Dokter Bollen hielp heel wat Wijchenaren van hun kwaaltjes af, van jong tot oud

Vrijwel iedere Wijchenaar kende hem: dokter Bollen

In memoriam: André "dokter" Bollen (1937 - 2026)

Op 22 mei jl. overleed André Bollen, voor velen in Wijchen bekend als ‘dokter Bollen’. Hij werd 88 jaar. Decennialang hield hij praktijk aan de Oud Ravensteinseweg, tegenover café Fien. Vanuit dat karakteristieke pand behandelde hij vanaf de jaren zeventig generaties Wijchenaren.

Door Lars Regeer


Wie in Wijchen over dokter André Bollen begint, krijgt zelden alleen een herinnering te horen. Vaker volgt een verhaal. Zijn zoon Paul kent er tientallen. Een daarvan speelt zich af bij voetbalclub AWC, waar hij tijdens een woordenwisseling onverwacht bescherming kreeg van een omstander. "Hé, weet je wel wie zijn vader is? Dat is een gouwe gozer, man. Handen ervan af.”
Het tekent de positie die André innam. Niet alleen als arts, maar ook als dorpsfiguur. Volgens zijn zoon had hij een bijzondere affiniteit met mensen die het minder getroffen hadden. "Met bewoners van de achterstandswijken en met de mensen van het kamp kon hij goed overweg. Hij was gemakkelijk in de omgang.”
Die toegankelijkheid leek al vroeg aanwezig. André werd op 15 september 1937 geboren in Vught als vijfde kind in een gezin van zeven. Tijdens zijn jeugd stond hij bekend als eigenzinnig en tegendraads. Wanneer hij vanwege ongehoorzaamheid in de kast werd gezet en de onderwijzer informeerde hoe het met hem ging, antwoordde hij steevast: "Lekker rustig.”
Via het werk van zijn vader verhuisde het gezin geregeld. Uiteindelijk kwam André als negentienjarige in Nijmegen terecht, waar hij geneeskunde ging studeren. Toch was een carrière in de medische wereld niet vanzelfsprekend. Zijn jongere broer Ewald noemt hem achteraf de meest creatieve van het gezin. Hij tekende, schilderde en speelde viool. Een leven als kunstenaar had evenmin misstaan.
Het werd de geneeskunde. Na waarnemingen in Oosterhout en Rotterdam vestigde hij zich in Wijchen, waar hij eerst werkte in de praktijk van huisarts Piet Franssen en later voor zichzelf begon.
Zijn zoon Pieter herinnert zich dat zijn vader door de centrale ligging van huis en praktijk al snel een bekende verschijning in Wijchen werd. Iets wat niet altijd even handig was wanneer hij elders als waarnemer werkte. Toch bouwde hij in de loop der jaren zijn eigen praktijk op. "Hij heeft flink moeten knokken voor patiënten. Dat deed hij met de mensen die hem lagen en die hem vertrouwden. Een vertrouwensband die beide partijen ten goede kwam."
Het huisartsenvak zag er destijds anders uit, zo blijkt uit de verhalen van zijn zoons. André kon overdag een wandeling maken door het Leurse Bos, met een semafoon binnen handbereik. Aan een cijfercode zag hij hoe dringend zijn aanwezigheid werd verwacht.
Zijn praktijk draaide niet alleen op hem. Achter de schermen speelde zijn vrouw Carla een minstens zo belangrijke rol. Zij verzorgde de administratie, nam de telefoon aan en hield de organisatie draaiende. Niet voor niets vormde hij met haar als een van de eerste stellen in de huisartsenwereld een maatschap. "Zij zorgde voor de empathie,” herinnert zoon Pieter zich. "Dan zei ze: André, die man is heel erg eenzaam, ga daar eens langs. Bovendien nam ze de hele bedrijfsvoering op zich, waardoor papa zijn handen vrij had om te doen waar hij goed in was: huisartsje spelen.”
Toen hij in 1994 afscheid nam, vertelde hij in De Gelderlander dat hij de veranderingen in de gezondheidszorg met gemengde gevoelens zag. Zo betreurde hij dat jonge kinderen steeds vaker buiten de praktijk werden begeleid, terwijl hij juist veel plezier beleefde aan het werken met kinderen. Bovendien vond hij het langdurige contact met patiënten van grote waarde.
De laatste jaren van zijn leven werden overschaduwd door gezondheidsproblemen. Hij kampte met een chronische bijholteontsteking, waardoor hij op 57-jarige leeftijd arbeidsongeschikt werd verklaard. Later mondde dat uit in de ziekte van Wegener, een aandoening waarbij het immuunsysteem het eigen lichaam aanvalt. De laatste periode van zijn leven moest hij doorbrengen zonder zijn vrouw en steun en toeverlaat Carla, die negen maanden eerder te overlijden kwam. Ondanks deze tegenslagen bleef hij volgens zijn zoon Rob positief in het leven staan, en strijdbaar tot het einde.
Met André Bollen verliest Wijchen een huisarts uit een tijd waarin de praktijk nog onlosmakelijk verbonden was met het dorp. Een arts die zijn patiënten kende, maar vooral ook een huisarts die door zijn patiënten werd gekend.