Profielwerkstukken
Tien jaar oud en thuiskomen met een lastige opdracht: maak een werkstuk over het koningshuis. Het was nogal hoog gegrepen voor een kind van tien, maar op de betreffende school zaten leerlingen van groep 6, 7 en 8 bij elkaar in één groep. De opdracht was wel geschikt voor 12-jarigen, voor 10-jarigen leek het mij veel te lastig. Maar goed, ze kwam er mee thuis, in 1999. Niks paniek, ze vroeg alleen hulp aan vaders: wat is een werkstuk pappa? En: hoezo koningsHUIS. Moet het echt over het huis van de koning gaan? Waarom niet over de koningin? Na mijn geduldige uitleg kwam ze met haar eigen idee op de proppen: zullen we op internet gaan kijken?
Ik heb haar wel een beetje geholpen, maar het resultaat was dan ook niet mis: twee pagina’s tekst regelrecht van internet overgenomen, met op elke pagina een fotootje. Zag er goed uit, even printen, nietje erdoorheen en een dag later mee naar school. Dezelfde middag kwam het werkstuk met dochterlief weer mee terug. Ik hoorde haar thuiskomen, de deur werd maar zelden zo hard dichtgegooid! “Het was niet goed! Je mag het niet van internet halen! Moet ik zeker dingen gaan verzinnen die je zo van internet kunt halen?” En stampvoetend naar boven. Ik kreeg de kans niet om te antwoorden…
Eerlijk gezegd weet ik er nog steeds geen goed antwoord op. Terwijl deze kwestie nu, ruim twintig jaar later, super-actueel is. En alle middelbare scholen sidderen: hoe verder met huiswerkopdrachten die je zo in chat-gpt kunt gieten? Of met de traditionele samenvattingen die leerlingen zelf zouden moeten maken van boeken die ze eigenlijk zouden hebben moeten lezen? Of met de profielwerkstukken – die regelrecht meetellen voor het eindexamencijfer? Je schijnt er lui van te worden als je steeds maar chatgpt gebruikt, die heilige poortwachter van het internet. Volgens sommigen krijg je er breinrot van… Dat woord breinrot is vast en zeker verzonnen door een echt mens.
Ik zou intussen verwachten dat docenten en ouders samen in het Mozaïek gaan bespreken hoe verder in dit digitale tijdperk. Misschien is daar na de huidige examentijd wel gelegenheid voor. En dat er cursussen worden georganiseerd om ons voor te bereiden op het moment dat we zelf niks meer hoeven kunnen. Of is het: dénken dat we niks meer hoeven te kunnen…?
Meester Prikkebeen