Grote broer
Toen ik jong was, bestond er in Wijchen een grote weerzin tegen Nijmegen. Natuurlijk, we hadden de grote stad nodig, maar het was voor velen liever niet dan wel. We spraken over ‘die nul tachtigers’ want Nijmegen had als netnummer voor de vaste telefoon het getal 080. In het bestuurlijke stadsgewest waarin we moesten samenwerken met andere gemeenten, voerde Nijmegen een onplezierige boventoon: gemeente Wijchen had er drie zetels, Nijmegen tien. En die tien raadsleden uit Nijmegen hadden daarbij ook nog eens dubbel stemrecht...! Zo wín je de oorlog niet, zo creëer je oorlog…
En Nijmegen was opdringerig. Rond 1906 stond er aan de weg vanaf de Teersdijk tot wat nu winkelcentrum Dukenburg is, een enkele boerderij. En een tolhuis. Dat tolhuis staat er nog, een eenzaam vierkant gebouwtje tegenover het Triavium, tot 1908 werd daar daadwerkelijk tol geheven. Vanaf dat punt kon je verder richting stad, over een eenvoudige weg door de weilanden langs de Draaiom. Pas vanaf wat nu de Dennenstraat is, zag je serieuze bebouwing opdoemen.
Maar vanaf 1965 is grote broer Nijmegen dreigend onze kant op gekomen: eerst werd Neerbosch-Oost uit de grond gestampt. Daarna staken ze het Maas-Waalkanaal over: aan ‘onze’ kant verschenen eerst de nieuwbouwwijk Lankforst (1973) en het woonwagenkamp aan de Staddijk – zo ver mogelijk weg van Nijmeegs centrum. Andere wijken volgden en nu zit er een corridor van nog maar zo’n 200 meter onbebouwd land tussen beide gemeenten. Hellup, wanneer wordt Wijchen opgeslokt door grote broer Nijmegen?
De angst daarvoor werd vroeger flink gevoed: wij zijn een zelfstandig dorp! Weg met nul tachtig! Totdat er op voetbalgebied iets gebeurde. De prestaties van NEC – zeg nooit ‘nek’ tegen en ee cee – waren van dien aard dat zo’n beetje heel Wijchen fan werd van de Nijmeegse voetbalclub. Totdat afgelopen zondag gebeurde wat niemand – nou ja, een enkele pissenkijker daargelaten – had verwacht: en ee cee werd afgedroogd, ingepakt, afgemaakt. Met de staart tussen de benen terug naar huis. Mopperend op enkele vermeende onsportieve bewegingen van de tegenstander; jammer dat we de scheidsrechter niks konden aanwrijven. Zou de band tussen stad en platteland nu dankzij één verprutste voetbalwedstrijd weer verdwenen zijn…?
Meester Prikkebeen