Een heel klein brandje

Vroeger zorgde brand in Wijchen voor een verzetje – behalve voor wie erdoor getroffen was. Er loeide dan een snoeiharde sirene waarmee de vrijwilligers van de brandweer werden gewaarschuwd. Maar niet alleen zij: dankzij de sirene wist ook de sensatiebeluste jeugd dat er wat te doen was. De jongeren stapten massaal op de fiets en repten zich naar de brandweerkazerne, in het vertrouwen dat ze met de ouwe brandweerwagen Stoffel konden meefietsen. En ja, meestal lukte dat wel. Eenmaal op gang haalde het rode monster een vaartje van zo’n 50 km per uur, maar bij iedere bocht moest hij flink afremmen en dan kon je weer lekker aanhaken. Goedkoop vertier...

Afgelopen Goede Vrijdag was er een variant op die ouderwetse vorm van vertier. Dit keer waren de sirenes op de brandweerwagens goed te horen. Ze waren bij ons in de buurt actief, er was een brandje in het centrum. Eigenlijk stelde het niet veel voor, gelukkig maar: een prullenbak die in de fik stond had voor nogal wat rookontwikkeling gezorgd. Lastig als je daarvoor je appartement moet verlaten , maar het was geen vergelijking met bijvoorbeeld een boerderij met rieten kap die helemaal afbrandt – en zoiets gebeurde tot diep in de jaren zestig met grote regelmaat in Wijchen.

Met het prullenbakje had Wijchen een heel erg tam paasvuurtje. In tal van andere plaatsen worden nog jaarlijks grote paasvuren aangestoken: vreugdevuren waarvoor de bevolking wekenlang hout verzamelt dat op een stapel wordt gelegd, soms tientallen meters hoog. En met Pasen wordt die houten stapel aangestoken... Sensatie en vermaak, dat zeker, maar ook erg vervuilend: daarom is het in steeds meer gemeenten inmiddels verboden. En de achterliggende gedachte is weg: nog maar een enkeling ziet het paasvuur als een symbool van de overwinning op de dood, net zoals Christus die met Pasen zijn graf zou hebben verlaten.

Ik vraag wel eens aan jongeren in mijn omgeving of ze de betekenis kennen van Pasen. Die kennis valt nogal tegen. Soms zegt er eentje dat Pasen het feest van nieuw leven is en dat we daarom eieren eten. En tegelijkertijd merk ik dat steeds meer jongeren behoefte hebben aan een zekere vorm van houvast in onze chaotische wereld, aan enige vorm van geloof. Maar dat is een vuurtje dat nog maar nauwelijks smeult…


Meester Prikkebeen