
Oud-voorzitters blikken terug op vijftig jaar Waayershof
NieuwsDat Niftrik rijk is aan oude verenigingen, met het eeuwenoude Damianusgilde en de oudste voetbalclub van de gemeente Wijchen, is bij veel inwoners bekend. Maar bij het verkrijgen van een eigen verenigingsgebouw gold volgens de oud-voorzitters niet het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Er waren heel wat overleggen nodig om op het gemeentehuis in Wijchen geld los te weken. Uiteindelijk kwam het gebouw er wel, mede doordat het dorp zelf destijds 100.000 gulden bijeenbracht. Dus kunnen voormalig clubhuispresidenten Frans Klaassen (75) en Piet Krebbers (89) vijftig jaar later terugblikken op die tijd. En vooruit naar wat de komst van Wijchen-West kan betekenen voor het dorp.
Door Lars Regeer
Het is donderdagmiddag in de Waayershof. Kaartmiddag. Aan één van de tafels zit Piet Krebbers, vrijwel elke week present. Voormalig voorzitter van de voetbalvereniging – en daarmee automatisch ook van het gebouw. “Dat was toen zo,” zegt hij. “De grootste club leverde de voorzitter.” Naast hem zit Frans Klaassen. Ook hij stond jarenlang aan het roer van het verenigingsgebouw, waar tegenwoordig zeven verenigingen gebruik van maken. Samen kijken ze terug op de geschiedenis van het clubhuis, dat voor veel Niftrikkers het kloppend hart van het dorp vormt.
Krebbers is een geboren en getogen Niftrikkenaar. Bij de voetbalvereniging vervulde hij vrijwel alle functies. Op zijn vijftiende zat hij al in het bestuur. Hij maakte zelfs nog de tijd mee dat er gevoetbald werd op velden waar eerder die dag de koeien hadden gestaan. Steun krijgen om een eigen verenigingsgebouw te realiseren, bleek destijds een flinke klus. “We hebben met het bestuur héél wat gesprekken gevoerd op het gemeentehuis. Na lang aandringen kwam het er uiteindelijk. Dat mocht ook wel. Alle andere dorpshuizen kregen toen al steun van de gemeente.”
Tekst gaat verder onder de foto.
![]()
Uit het archief: de voorganger van de Waaijer
Frans Klaassen noemt zichzelf een ‘import-Niftrikker’. Hij komt oorspronkelijk uit Weurt, maar voelde zich al snel thuis in het dorp. Ongeveer veertien jaar (van 2006 tot 2020) was hij voorzitter van het verenigingsgebouw. Zijn betrokkenheid bij de club begon na een knieblessure. Op het veld ging het niet meer, dus verschoof zijn rol naar de organisatie. “In een dorp heb je elkaar gewoon nodig,” verklaart Klaassen zijn motivatie.
De meerwaarde van De Waayershof staat buiten kijf. “Zonder de Waayershof zou Niftrik een heel ander dorp zijn,” aldus Klaassen. “Zo’n gebouw is gewoon heel belangrijk voor het dorp. Hier gebeurt alles en hier wordt alles besproken: verhuizingen, geboortes, noem maar op. De donderdagavond is de avond van mijn generatie, en dat blijft een gezellige avond. Voor de sociale cohesie is de Waayershof enorm belangrijk.”
Hoogtepunten waren er genoeg. Vooral de momenten waarop het dorp samen de schouders eronder zette. Klaassen herinnert zich bijvoorbeeld de renovatie van de kantine. “We hebben toen zo’n tienduizend euro opgehaald en daarna de boel opgeknapt.” Ook het verjongen van het bestuur was een belangrijk moment onder zijn bewind. “Veel bestuursleden kwamen op een leeftijd dat ze wilden stoppen. Om de toekomst veilig te stellen, moésten we verjongen. Toen zijn we jongeren gaan uitnodigen om bij vergaderingen mee te denken. Inmiddels is het bestuur flink verjongd.”
Roerige tijden kende het bestuur van “De Waaijer” ook. Vooral over geld kon het soms schuren. De sterkste schouders droegen immers de zwaarste lasten in de Waayershof. De voetbalclub leverde traditioneel de voorzitter en droeg financieel het meeste bij. “Soms leefde het idee dat andere verenigingen alleen maar geld kostten,” zegt Klaassen. “Dat klopte ook. Zonder de voetbalvereniging en zonder zo’n gebouw zouden die verenigingen het ook niet redden.”
Inmiddels zijn de verhoudingen veranderd. De carnavalsvereniging is tegenwoordig bijvoorbeeld een van de grootste gebruikers van het gebouw. Daar profiteert de voetbalvereniging weer van. “Als je het verenigingsleven overeind wilt houden, moet je samenwerken.”
Voor de toekomst kijken de oud-voorzitters hoopvol, maar ook realistisch vooruit. De terugloop bij sommige verenigingen baart zorgen. Klaassen: “Toen ik vroeger het dorp inreed, was er een korfbaltoernooi en stonden alle velden vol. Nu zijn er nog slechts twee teams. Mogelijk kan de komst van Wijchen-West nieuwe leden opleveren. Voordat mensen naar Wijchen trekken, moeten we zorgen dat we ze hier weten te binden. Het dieptepunt lijkt achter ons te liggen, er is jarenlang te weinig gebouwd. Met de woningen die eraan komen, is er weer hoop.”