Carnaval

Die ochtend kreeg ik een telefoontje van een kennis, laat ik ’m neutraal vrolijke Frans noemen. Ik hoorde zijn stem en dacht meteen ‘Aha, komt goed uit, van Limburgse komaf, hij gaat me vragen om mee naar het carnaval te gaan.’ Helaas, hij legde uit dat hij er vroeger volop aan meedeed, maar ja, boven de zeventig en hij wilde ook liever niet meer in grote menigten vanwege een gehoorprobleem. Jammer, dan moest ik misschien ook maar niet…

Maar tegen de middag begon het toch wel weer te kriebelen. Vanwege de barre kou trokken we vlug een extra borstrok aan, dikke trui, wollen vest, das, winterjas, muts – ja, met bierreclame – en wanten. Mijn eega nog een piepklein oranje hoedje op, ik een vrolijke hawai-slinger om de nek en een knaloranje zonnebril – we waren er helemaal klaar voor: hup naar buiten en naar de optocht kijken. Koud dat het was, koud…! Maar wat we zagen, was hartverwarmend.

We zagen nogal wat variaties op het thema Showjaar: ‘wij showen de steel’ kwam bijvoorbeeld langs, compleet met bezemstelen. Niet iedereen had door dat het een variant was op ‘wij stelen de show’. Het duo Trump – Poetin kwam langs, zo ongeveer de enige politiek getinte knipoog. De meest gewaagde was een carnavalswagen met daarop een grote urn – voor hospice en thuiswaken. De meest sociale was de groep die het duofietsen met gehandicapten propageerde. De mooiste groep vond ik die van de versleten spleten: mooier dan Victoria’s secret, en alles zelfgemaakt!

Enig minpuntje kwam van de laatste paar wagens: die deden een wedstrijdje in herrie maken. Mij staat bij dat er een paar jaar geleden een begrenzing aan het volume was gesteld. Daar was deze keer niks van te merken. Misschien was het lollig bedoeld, maar wij vonden het voldoende reden om voortijdig weg te gaan. En we waren niet de enigen: veel toeschouwers hielden het voor gezien. Jammer! Ik moest denken aan mijn kennis uit Limburg met gehoorproblemen – ik kreeg ook last van de oren! Maar gelukkig zat de sfeer er elders goed in, tot in de omringende winkels toe. Een van de feestgangers informeerde nog even bij me: “Ziede gij d’r altijd zo uit?” Dan kun je niet anders dan antwoorden: “Duk is ut nog erreger.” Geloof me, dan zit de sfeer er goed in!




Meester Prikkebeen