Het leek wel lente

De yuppen van Nederland wonen binnen de ring van Amsterdam – nou ja, dat vinden de mensen die binnen de ring van Amsterdam wonen zelf in elk geval. Mensen in bijvoorbeeld Wassenaar hebben daar wel een wat andere kijk op. Het leuke is, dat Wijchen ook een soort ring heeft: dat is het gebied dat omsloten wordt door de Hogeweg die het centrum scheidt van de Aalsburg, in het zuiden de Meerdreef, aan de oostkant de Meester van Coothlaan met in het verlengde de Bronckhorstlaan en in het noorden de Stationslaan. Dat zou op z’n Hollands de Wijchense place to be moeten zijn, de plek waar je volgens sommigen moet wonen om een beetje mee te tellen. Het is in elk geval een mooi gebiedje om omheen te wandelen, zeker met het heerlijke weertje van afgelopen zaterdag. En dat deden we dus.

Uit pure nieuwsgierigheid was ik nog even doorgestoten naar wat we de campus noemen: de locatie waar aan de Oosterweg het mooie schoolgebouw voor vmbo en mavo staat, naast het Mozaïek en de bibliotheek. Ik wilde wel eens weten waar ze het nieuwe zwembad, met puur Wijchens water, zouden kunnen gaan bouwen. Want dat is het plan immers, nu de voorgenomen samenwerking met Beuningen voor een gezamenlijk zwembad definitief is afgeketst. En ja hoor, plek zat!

In Beuningen hebben ze (nog) geen spijt van de breuk, ze willen voortvarend aan de gang – ook al zal hun nieuwe badje noodgedwongen verwarmd worden met gas: Liander heeft er geen stroom beschikbaar… Hoe dat in Wijchen gaat worden, is nog maar de vraag. Ach, we zien het wel. Mijn grootste kopzorg is dat ons nieuwe zwembad wel weer een klinkende naam krijgt. Niet zo’n duffe naam als ‘De Plons’ of de ‘Paddenpoel’. Ach, allemaal details…

Weer terug op de Wijchense ring om ons centrum heen, overviel me nog wel enige weemoed naar vroeger: hoe je vanaf ‘het huchtje' bij de Lindenstraat vrij uitzicht had op de vroegere Mariaschool - nu parkeerterrein tussen Don Emanuelstraat en Oosterweg. Onbebouwd terrein, op een klein diepvrieshuisje na, een slakkenpaadje erlangs waar honderden naaktslakken zaten. Niks was er te doen - of het keffertje van Toon Jansen moest er blijmoedig aan je broekspijpen gaan hangen. Je zou het beestje bijna gaan missen. Maar ach, het lenteweer maakte alle nostalgie weer helemaal goed.


Meester Prikkebeen