Otto van Verschuer voor de Leurse Maalderij
Otto van Verschuer voor de Leurse Maalderij

‘Het hebben van een landgoed is een vloek én een zegen’

Human interest

Zo’n driehonderd hectare van het pittoreske Leur is in handen van de familie Van Verschuer, die sinds 1744 eigenaar is van de Heerlijkheid Leur. De Wegwijs ging in gesprek met Otto van Verschuer, die samen met zijn broers en de rentmeester de honneurs waarneemt op het landgoed. 

Door Lars Regeer

Het is dat ik in een autootje aankom tuffen en niet met paard en wagen, anders zou ik mij in de middeleeuwen wanen. De bomenrijen, de historische kerk pal naast het terrein waar ooit de motte van Leur werd gevonden, en de landelijke boerderij met Anguskoeien. Wie fervent wandelaar is of inwoner van het dorp, weet allang dat het dorpje aan de grens van Wijchen-Noord een parel is.

We hebben afgesproken in de Leurse Maalderij. De plek waar vroeger boeren hun graan lieten malen, is inmiddels omgetoverd tot een moderne vergaderlocatie. De buitenkant is nog authentiek, maar binnen is een eigentijdse vertaalslag gemaakt. Terwijl niet het graan maar de bonen van de koffiemachine gemalen worden, begint Otto van Verschuer te vertellen over de bijzondere familiegeschiedenis. Maar niet voordat hij één ding van het hart moet: het moet géén ‘baronnen-artikel’ worden. “Ik heb niets met die titel. Zo zijn we ook opgevoed: je bent geen steek beter dan een ander. Mijn vader kwam uit de scheepvaart. We zijn allemaal in havensteden geboren. Mijn oudste broer en zusje in Bremen, en ik, als een na jongste, en mijn twee andere broers zijn geboren in Antwerpen en groeiden op in Rotterdam.”

Ik ben eens in Huis te Leur geweest. In de gangen hangen portretten van uw voorgangers. Voelt u daar dan helemaal niets bij? “Nou, niet echt, nee. Toen ik vijftig werd, mocht ik me van mijn broers laten schilderen. Nooit van gekomen. Toen ik zestig werd, kreeg ik het opnieuw cadeau. Nooit van gekomen. Wij hangen ook niet in Huis te Leur, en dat hoeft van mij ook niet.” Hard lachend: “Een foto is prima.” 

Heeft zo’n titel vandaag de dag nog waarde? “Het enige wat ik me kan herinneren is dat vroeger je naam en titel op betaalcheques stonden. Dan dachten mensen: dat zal wel goed zijn. Verder zijn er geen privileges, daar zit ik ook niet op te wachten. De Heerlijkheid Leur heeft die wel; Een heerlijkheid had vroeger Heerlijke rechten zoals het jachtrecht, halsrecht of het duivenrecht. Heerlijkheid Leur heeft nog steeds het visrecht in de Ooijpolder. In Leur zie je ook nog een duiventil die herinnert aan de tijd dat de heer van Leur het recht had om duiven te houden voor het vlees en de mest.”

Hoe is het landgoed in jullie bezit gekomen? “In 1744 kwam het via de familie Van Balveren bij ons. Zij hadden veel bezittingen in Nederland: Landgoed Heerlijkheid Mariënwaerdt in Beesd, kasteel Echteld en de Heerlijkheid Leur. De Van Balverens waren met vier dochters, en drie daarvan trouwden met een Van Verschuer. Die Verschuers konden zelf niet zo veel, maar één ding wel: met rijke vrouwen trouwen!”

Op een dag stonden jullie ineens aan het roer. Hoe ging dat? “Mijn vader overleed in 1987 plotseling aan een hartinfarct. Ik was toen 28. Van de ene op de andere dag waren we met zijn vijven eigenaar van een landgoed. Tot dan toe werden we nooit echt betrokken bij het geheel. Iedereen woonde verspreid, had gestudeerd. Dan kijk je elkaar aan: wat nu? Maar we hebben nooit de vraag gesteld of we ermee door zouden gaan. We gingen gewoon door.”

Wisten jullie wel waar je ‘ja’ tegen zei? “Je krijgt een enorm bezit, zo’n 300 hectare, waarvan 70 hectare bos, 220 hectare boerenland, en veertien panden met monumentale waarde. Van oudsher verdiende men via pacht en houtverkoop. Dat is veranderd. Bij de overdracht bleek de financiële situatie beroerd. Veel zaken verkeerde in vervallen staat en de inkomsten waren minimaal. Ik herinner me een boerderij waarvan de huurder 190 gulden per maand betaalde, terwijl het schilderwerk 7.000 gulden kostte en de opstalverzekering 1.500 gulden. Toen dachten we: lekkere business.”

Bekroop de gedachte toen niet om het te verkopen? “Dat had gekund. Destijds werd de cultuurhistorische waarde van landgoederen niet zo gezien. Veel erfgenamen aten het landgoed op en gingen verder met hun leven. Maar voor ons was het vanzelfsprekend om door te gaan. De focus ging dan ook al snel op het moderniseren van het landgoed. Door de jaren hebben we meerdere bedrijfjes opgezet, zoals een vleesveebedrijf van schotse zoogkoeien, verhuur van boerderijen als vakantiewoningen, een vergaderlocatie, horeca, en ja – de huur is ook wat omhoog gegaan. Door de handen uit de mouwen te steken draaien we nu quitte met soms een plus. En zeg nou zelf: het ziet er best aardig uit toch?”

Wat komt er allemaal bij kijken bij het onderhouden van zo’n landgoed? “Veel. Dagelijks beheer, contact met huurders en pachters, fiscale zaken, subsidies, onderhoud, vastgoedbeheer. Eigenlijk ben je gewoon een bedrijf. Wij benaderen het niet zo zakelijk, omdat het al zo lang in de familie zit, maar qua werk komt het daarop neer.”

Met zoveel land denken mensen snel dat jullie financieel binnen zijn. Klopt dat? “Ik zeg altijd: we hebben geen geld, wel spullen. Het kost veel om alles in stand te houden. Alles is oud en monumentaal. We restaureren nu een boerderij waarvan alleen de muren nog staan. Voor de rest moet alles vernieuwd worden. Mensen denken vaak: die Verschuers regelen het wel. Nou, dat is niet zo. Ik hoef niet achteraan in de rij aan te sluiten, maar het ligt zeker niet zomaar op de plank. Sinds corona zijn de bouwprijzen dertig procent gestegen. Ook wij moeten elk jaar keuzes maken.”

Is het een vloek of een zegen, zo’n landgoed? “Hier wonen is fantastisch, maar het vraagt wel wat van je. Er is altijd iets aan de hand. Het geeft voldoening, maar soms ook kopzorgen. Het is een beetje van beiden.”

Staan er voor de komende jaren nog veranderingen op de planning? “We werken aan een nieuwe bestemming voor de Leurse Hof en kijken naar mogelijkheden voor extra inkomsten. Hopelijk gaat het zonnepark door, dat geeft lucht. Dat is ook niet uit luxe geboren, anders hadden we het niet gedaan. Verder denken we aan woningbouw, maar dat is een langdurig traject.”

Bestaat de Heerlijkheid Leur over honderd jaar nog? “Vast wel. Er zal altijd wel iemand opstaan. We zijn wat dat betreft niet anders dan andere familiebedrijven. We zijn geen Bavaria of C&A, die zitten er warmer bij, maar sommigen voelen een connectie en vinden het leuk en waardevol. Hoeder van cultuurerfgoed zijn, dat zit bij ons in het bloed.”