Robin Tax vanuit de cockpit
Robin Tax vanuit de cockpit

Wijchense Robin Tax is al negentien jaar piloot

Nieuws

Robin Tax (41) is een geboren en getogen Wijchenaar en heeft een baan waar velen slechts van kunnen dromen. Hij is namelijk al negentien jaar piloot bij KLM, een bijzondere baan met veel verhalen. In gesprek met de Wegwijs gaf hij een inkijkje in het leven als piloot.

Door Milan Sanders

Als je aan kinderen vroeg wat ze later wilden worden, kwamen er vaak drie antwoorden naar voren: politieman, brandweerman of piloot. In het geval van Robin was dat ook zo. Al van kleins af aan wilde hij piloot worden. “Maar Schiphol is natuurlijk een behoorlijk stuk hier vandaan. De eerste tien jaar van mijn leven heb ik ook niet gevlogen. Mijn ouders hadden wel vrienden die uit Italië kwamen. Als zij langskwamen, haalden we hen op. Ik wilde dan altijd mee om naar de vliegtuigen te kijken.” Het sparen van kleine miniatuurvliegtuigjes volgde en de droom om piloot te worden liet hem in de jaren daarna niet meer los.
Op de middelbare school begon Robin op de havo. “Toen ik dat had afgerond, kon ik in principe al selectie doen bij de KLS, de luchtvaartschool. Maar als je daar afgewezen wordt, moet je eerst weer een andere opleiding doen voordat je jezelf opnieuw kunt aanmelden. Dat vond ik een groot risico, waardoor ik eerst vwo ben gaan doen.” Na de middelbare school solliciteerde hij alsnog bij de KLS en ook bij de Radboud Universiteit.
“Dat was wel bijzonder, want de slimste was ik zeker niet. Ik zat bij heel veel mensen op het vwo in de klas die fantastische cijfers haalden en ik kwam steeds maar net mee met nipte voldoendes. Bijna iedereen deed mee aan de selectie voor de luchtvaartschool. De enige die uiteindelijk toch de KLS haalde, was ik,” vertelt Robin vrolijk. Om de selectie door te komen moeten namelijk een aantal testen worden gedaan: psychologische tests, intelligentietests en tests voor vliegaanleg. “Vooral op dat laatste punt scoorde ik erg goed. Je wordt op een simulator gezet en zonder enige kennis begin je gewoon aan een vlucht. Ze kijken naar hoe je start, hoe je in de lucht blijft en hoe je vervolgens weer daalt. Ze kunnen aan de hand van de data goed zien hoe je scoort. Zo kregen we verschillende van dat soort tests om naar je vliegaanleg te kijken,” legt de piloot uit.
De opleiding volgde Robin in Groningen, waar het behoorlijk druk was. “Je krijgt zó veel theorie, dat is echt heel veel leren. Tijd voor het echte studentenleven of een bijbaan was er gewoon niet. Na het theoriejaar ga je een jaar leren vliegen onder leiding van instructeurs. Je leert dan van alles en nog wat, van de technieken en het kijkgedrag tot het op snelheid en hoogte houden van het vliegtuig.”
Na de opleiding ging hij aan de slag bij KLM. “Toen moest ik gelijk mee op een vlucht naar Dubai om te kijken hoe het is. Daarna werden we verder getraind in een reusachtige simulator die levensecht is.”
Na die lange weg was Robin dan eindelijk piloot. Momenteel vliegt hij vooral intercontinentale vluchten, oftewel lange reizen. Zo vloog hij afgelopen zaterdag nog naar Japan, maar vliegt hij ook regelmatig naar de Verenigde Staten en andere delen van Azië. Een gemiddelde werkdag is dus erg bijzonder. “Soms vliegen we met zijn tweeën en soms met zijn vieren. Als ik naar New York vlieg, is dat bijvoorbeeld zeven uur vliegen met zijn tweeën, maar als je met zijn vieren bent is die tijd verdeeld. Als we met twee man zijn, vertrek ik in de ochtend van huis naar Schiphol. Vanaf daar pak ik de bus naar de Plaza en daar ontmoet ik de mensen die in de cabine werken en de captain, om vervolgens het vluchtplan door te nemen. Dat is heel belangrijk, want wij zijn uiteindelijk eindverantwoordelijk. Daar moeten we dus goed samen over overleggen. Als we dat hebben doorgenomen en alles gecheckt hebben, gaan we richting het vliegtuig om ons klaar te maken voor de vlucht. Daarna gaan we uiteraard vliegen.”
Het hangt vervolgens ook af van de lengte van de vlucht wanneer je weer teruggaat naar Nederland. “Als ik naar Osaka vlieg, blijf ik daar 48 uur. Dan heb ik dus twee dagen vrij en gaan we met de hele crew naar een hotel om twee dagen leuke dingen te doen. Plekken bezoeken, lekker eten, dat soort dingen. Maar als je bijvoorbeeld naar Spanje vliegt, gaan luchtvaartmaatschappijen ook regelmatig op en neer.”
Aan piloot zijn zitten ook uitdagingen. “Ik heb laatst in Johannesburg een vliegtuig moeten landen tussen allemaal onweersbuien. Er stond heel veel wind en het was heel heftig. Het vliegveld was ook gesloten door het weer, ging even open toen wij gingen landen en werd daarna meteen weer gesloten. Toen ik dat vliegtuig wist te landen, was het de eerste keer in negentien jaar dat ik echt gejuicht heb dat ik een vliegtuig veilig aan de grond had gekregen.”
Een andere uitdaging is het veel weg zijn van huis. Zo mist Robin regelmatig mooie mijlpalen zoals verjaardagen, feestdagen en afzwemmen van zijn kinderen. “Het missen van familie kan echt lastig zijn.”
Het leukste vindt de piloot het starten en het landen. “Dat is gewoon erg leuk om te doen, zeker het landen. Ik zoek dan vooral de uitdaging in een landing waarbij je het eigenlijk nauwelijks voelt en bij jezelf denkt: zijn we er al?” Maar Robin geeft wel aan dat hij het grootste plezier haalt uit het samenzijn met zijn collega’s op al die verschillende plekken in de wereld en daar samen leuke dingen te ondernemen.
Toch is hij nog niet overal geweest. “Wij vliegen niet naar Australië of Nieuw-Zeeland, maar het lijkt mij heel gaaf om daar nog een keer naartoe te gaan. Die staan absoluut nog op de bucketlist.”