Ruud en Anouk bij de finish
Ruud en Anouk bij de finish

‘De Vierdaagse loop je niet zomaar even’

Human interest

De laatste wandelaars komen nog binnen op de Via Gladiola, maar bij Ruud Thijssen thuis zit de Vierdaagse er alweer op. Voor het eerst zonder zijn vader langs de kant, de man die hem ooit besmette met het wandelvirus. Achttien edities later is de tocht nog altijd een strijd tegen vermoeidheid en pijntjes, maar vooral een traditie die steeds meer betekenis krijgt.

Door Lars Regeer

Het is rond vier uur ‘s middags op de laatste dag van de Vierdaagse. Terwijl duizenden wandelaars nog hun laatste meters afleggen over de Via Gladiola, zitten Ruud Thijssen en zijn dochter Anouk thuis op de bank. Voeten omhoog, de rust weergekeerd. Het kijken naar de binnenkomst van de laatste lopers is voor hen inmiddels een traditie geworden.

Thijssen heeft er achttien edities opzitten. Twaalf keer haalde hij het officiële Vierdaagse-kruisje binnen; de andere jaren liep hij mee als begeleider van de twee kinderen. “Het is ieder jaar weer een uitdaging,” zegt hij. “De Vierdaagse loop je niet zomaar even.”

Deze editie was daar geen uitzondering op. “Het was zwaar. Ik had last van mijn rug waardoor ik anders ging lopen en kreeg daardoor ook last van mijn knie. Op sommige momenten, bijvoorbeeld als om vier uur ‘s ochtends de wekker gaat, denk je wel eens: waarom doe ik dit ook alweer?” Het antwoord komt snel. “Het is geen olympische sport, maar soms voelt het wel zo. Er staan zoveel mensen langs de kant. Je wordt gewoon gedragen.”

Dit jaar had de Vierdaagse bovendien een bijzondere lading. Voor het eerst stond zijn vader niet langs de route. Hij werd vorig jaar tijdens de Dag van Wijchen onwel nadat hij was wezen kijken en overleed na meerdere ziekenhuisopnames later in december. Het was juist zijn vader die de liefde voor de Vierdaagse bij Ruud aanwakkerde. “Hij stond altijd langs de kant met dextro’s. Niet één of twee, maar een hele hand vol kreeg je mee. Het was vreemd dat hij er dit jaar niet stond. De Vierdaagse blijft aan hem verbonden. Dat maakt het speciaal.”

De zwaarste editie uit zijn 4Daagse-loopbaan was het niet. Die titel gaat volgens Thijssen naar de jaren waarin hij als militair meeliep vanuit Heumensoord. Tegenwoordig is de luchtmilitair onder andere regionaal militair operationeel adviseur bij Veiligheidsregio Brabant-Noord. In die functie vormt hij de schakel tussen verschillende hulpdiensten bij grote incidenten en houdt hij zich bezig met de voorbereiding op nieuwe veiligheidsvraagstukken.

Tijdens zijn jaren vanuit Heumensoord liep hij de Vierdaagse volgens strikte regels. “Het reglement was 25 pagina’s dik,” vertelt hij. “Je liep in een detachement, met bepakking en volgens een strak protocol. Zo moet je in uniform lopen, je baret op binnen de bebouwde kom en salueren naar de hoogwaardigheidsbekleders. “De mooiste momenten waren volgens hem de momenten waarop de regels even losgelaten konden worden. “Het leukste moment op Heumensoord was wanneer je het kamp binnenkwam. Dan hoefde je even niet aan het protocol te denken en kwamen militairen zingend en dansend de tent binnen.”

De strakke uitstraling had volgens hem ook een reden. “Als Defensie is dit hét moment om je te presenteren aan het publiek. Mensen moeten niet denken: zijn dit de mensen die ons land verdedigen? Het moet er verzorgd uitzien. Daar gaat tenslotte ook overheidsgeld naartoe.”

Tegenwoordig loopt Thijssen niet meer met een militair detachement, maar gewoon vanuit de Wedren. “Op een gegeven moment ben ik geswitcht, zodat ik ook met mijn kinderen kon lopen.”

Volgens hem heeft het lopen vanuit Heumensoord wel een belangrijke waarde. “Als jonge militair leer je daar discipline. Je leert om voor elkaar door het vuur te gaan. Als iemand blaren heeft, moet iedereen wachten. Maar ik geniet inmiddels ook van de vrijheid. Het is ook wel lekker dat ik mijn eigen tempo kan lopen en thuis kan slapen.”

Aan stoppen denkt hij voorlopig niet. Sterker nog: volgend jaar staat hij waarschijnlijk opnieuw aan de start. “Mijn dochter nadert mij, dus ik móét wel blijven lopen,” zegt hij lachend.

Dat betekent niet dat hij na een zware editie nooit twijfelt. “Als je net gefinisht bent en terugkijkt op zo’n zware week, denk je wel eens: wat komt er nu weer op me af? Ik moet er ook veel voor doen. Zelfs tijdens een piketdienst liep ik als training rondjes om het huis om mijn kilometers te maken.”

Maar die twijfel verdwijnt vanzelf weer. “In februari denk je terug: eigenlijk was het best leuk. Voor je het weet schrijf je je weer in en sta je opnieuw op het formulier.”