
Achter het feest hield deblarenpoli lopers op de been
Human interestEen wandelaar schuift voorzichtig haar schoenen uit en legt de pijnlijke voeten op de behandeltafel. Rudy Moors van EHBO Wijchen werpt een snelle blik op de blarenpleister die er al zit. “Die halen we eraf”, zegt hij rustig. “Deze is te dik.” Met een steriele naald prikt hij de blaar door, terwijl de wandelaar haar kaken even op elkaar klemt. Een paar minuten later trekt ze haar sokken weer aan en kan ze haar weg vervolgen richting Nijmegen.
Door Lars Regeer
Wanneer op Roze Woensdag de muziek over de Magic Mile klinkt en duizenden wandelaars door Wijchen trekken, speelt zich in Jeugdhuis Woezik een minder zichtbaar deel van de Vierdaagse af. Achter de feestelijke façade heerst concentratie. Hier geen feestgedruis, maar de geur van ontsmettingsmiddel, verbandrollen en tafels vol pleisters en scharen. Vrijwilligers buigen zich zwijgend over vermoeide voeten, terwijl door de openstaande deur af en toe een golf van muziek en applaus naar binnen waait.
Rond elf uur begint de ruimte langzaam vol te lopen. Een wandelaar stapt van de massagetafel af, iemand anders vraagt om een pleister. Nauwelijks is er tijd voor een kort gesprek of de volgende patiënt meldt zich alweer.
Met die eerste wandelaars komen ook de bekende problemen weer binnen. Volgens Moors proberen veel wandelaars eerst zelf een oplossing te vinden. Niet altijd met succes. “Mensen plakken de pleister vaak eromheen, waardoor die juist gaat afknellen. Of ze gebruiken blarenpleisters die niet geschikt zijn voor lange afstanden. Regelmatig zien we dat mensen een pakketje uit een goodiebag gebruiken. Dat werkt prima voor een ommetje, maar niet als je nog tientallen kilometers moet lopen.” Daarom raadt hij wandelaars aan om niet te lang zelf te blijven experimenteren. “Het moet goed gebeuren. Anders krijg je later alleen maar meer problemen.”
Met die kennis is Moors inmiddels veertien jaar actief als vrijwilliger bij de blarenpoli. Elf jaar geleden namen hij en zijn vrouw Wilma de post aan de Snelliusstraat over, nadat de vrijwilligers uit Druten ermee stopten. De grote post aan de Snelliusstraat is vooral bedoeld voor preventie en nazorg. De locatie in Woezik, waar hij deze ochtend is gestationeerd, richt zich op spoedgevallen langs de route. Juist die snelle hulp kan voor wandelaars het verschil maken tussen doorlopen en afhaken.
Moors weet hoe dat voelt. Hij liep de Vierdaagse zelf vier keer, maar moest drie keer opgeven, onder meer door blaren. “Toen ben ik gaan helpen,” zegt hij met een glimlach. “En ik kan je vertellen: dit doet een stuk minder pijn.” Sindsdien staat hij ieder jaar tijdens de Vierdaagse klaar voor wandelaars die dreigen uit te vallen.
Op de vraag waarom hij zich ieder jaar opnieuw voor zijn lol over andermans voeten buigt, moet de EHBO-er lachen. “Je moet misschien een beetje getikt zijn,” beaamt hij met een knipoog. De dankbaarheid van de lopers maakt volgens Moors veel goed. “Mensen komen binnen met pijn en lopen even later weer verder. Dat maakt dit werk mooi.”
Op zijn telefoon laat hij vervolgens een foto zien van wat volgens hem de ergste blaar is die hij ooit behandelde: een voet waarop de huid bijna volledig lijkt los te zitten. De wandelaar kreeg een speciale ‘second skin’ aangebracht en liep de Vierdaagse alsnog uit. Op de Via Gladiola stuurde ze hem later een berichtje; een “dikke dankjewel” omdat ze dankzij de behandeling de finish had kunnen halen.
Amper nadat hij is uitgesproken, meldt zich alweer een nieuwe wandelaar. Moors schuift zijn stoel iets naar achteren, trekt een nieuw paar handschoenen aan en buigt zich opnieuw over een pijnlijke voet. Aan het einde van de dag zullen de nodige wandelaars zijn geholpen. Iets wat gezamenlijk wordt gevierd. “Na afloop drinken we met z’n allen altijd een koud biertje. Dat smaakt dan extra lekker.”







