Als Bram draait verandert hij in 'Brand Rose'
Als Bram draait verandert hij in 'Brand Rose'

Bram van Roosmalen staat met zijn eigen feestje op Emporium

Cultuur

Deze zomer staat Wijchenaar Bram van Roosmalen (28) op Emporium, hét festival in zijn eigen dorp. Een bijzonder moment, want zijn weg naar succes als DJ en ondernemer was allesbehalve vanzelfsprekend. In een openhartig gesprek vertelt hij over zijn eerste optredens, zakelijke hoogte- en dieptepunten en passie voor evenementen.

Door Lars Regeer

Het begon allemaal toen hij tien, elf jaar oud was. “Mijn broer Tom is acht jaar ouder en draaide al als DJ. Ik keek dat af en dacht: dat moet ik ook! Mijn eerste optreden was op een feestje bij De Blije Dries, toen ik nog op de basisschool zat. Ik had illegaal après-ski hits gedownload, maar die cd’s waren gemixt. Dat ging natuurlijk mis. Ik was twaalf en had geen idee wat ik deed, maar ik wist wel: dit is wat ik wil.”
Om zijn eerste apparatuur te kunnen betalen, had hij talloze bijbaantjes. “Mijn ouders zeiden: ‘Je moet er zelf voor werken’ dus ik ben vloeren gaan verouderen – een hype destijds. Uiteindelijk had ik mijn spullen bij elkaar en kon ik voor 200 euro per avond draaien. Echt goed was ik toen nog niet. Pas in Blanes, in de Spaanse clubs, heb ik écht leren draaien. Daar móest je de zaal op z’n kop zetten, anders lag je er zo uit.”

Kickstart in Sterrebosch
Op zijn zestiende zette Bram samen met twee vrienden ‘Kickstart’ op, een jongerenfeest in Sterrebosch. “We wilden iets organiseren voor de jeugd, zodat je niet per se naar De Linde in Groesbeek hoefde. Als zestienjarige zat ik met de grote baas, Geert Sanders Jr., om de tafel. We maakten Urban, EDM en Hardstyle. De eerste twaalf edities waren super succesvol. Maar toen wilden we groter worden en ging het mis. We boekten bekende artiesten en vroegen nog steeds maar vijf euro entree. Dat ging natuurlijk he-le-maal fout. Op één avond stonden er slechts drie mensen in de zaal, dat heeft ons genekt.”

Van stage naar bedrijf
Ondanks de tegenslagen is hij vastberaden om een eigen bedrijf in de entertainmentindustrie te starten. Een studie Small Business & Retail Management volgt, waar alles op bijzondere wijze in elkaar valt. “In het begin was ik heel gemotiveerd, want ik wilde een bedrijf starten. Maar ik kreeg alleen maar de retailtak mee, dus mijn motivatie zonk helemaal naar de bodem. Ik wilde ook duaal gaan studeren, maar school keurde dat af. Toen was ik er helemaal klaar mee en vertrok ik voor een roadtrip met vrienden naar Spanje. Eenmaal daar werd ik gebeld door mijn SLB’er: ‘Hé Bram, heb je al een stage geregeld? Het begint over drie weken.’ Ik blufte: ‘Ja, ik heb dat allang, stuur ik even door.’ Maar ik had helemaal niks. Toen ik terug in Nederland was, heb ik gewoon de eerste de beste gegoogeld en aangeschreven. Dat was Barcompany. Die stage veranderde alles.”

Tijdens zijn stage ontmoette hij Ritchie, nu zijn zakenpartner . “We zaten allebei in het DJ wereldje en dachten: gaan we concurreren of gaan we samenwerken? Zo is B11 Event Group geboren, eigenlijk vanuit het idee om niet alleen een DJ te leveren, maar ook licht en geluid. We kwamen op feesten waar de geluidsinstallatie bestond uit twee JBL-speakers... Kortom, daar lag een gat in de markt. Inmiddels hebben we een eigen academy en achttien DJ’s die bij ons zijn aangesloten.”


Al op jonge leeftijd stond Bram achter de draaitafel

Ondernemen is vallen en opstaan
Het ondernemerschap was niet altijd een feest. De inkt van hun samenwerkingscontract was nog maar net droog, en daar kwam de eerste tegenslag: alle spullen werden gestolen uit hun bakwagen, 30.000 euro weg. Even later reed een medewerker de bus vast onder een viaduct, wat 20.000 euro schade veroorzaakte. En toen kwam corona. “Dat was echt taai. We hadden berekend dat we nog zeven maanden vooruit konden, maar dan moesten we spullen gaan verkopen. In een opwelling zijn we onze klanten gaan mailen: wil je een website voor 500 euro? Dat idee heeft ons uiteindelijk gered en is uitgegroeid tot een nieuw bedrijf waarmee we nu videoproducties maken.”

Hocus pocus, houd die focus
In die periode kwam ook zijn oude liefde weer opzetten: een eigen feestje organiseren, genaamd Crotona. “En nee, dat is niet vernoemd naar corona”, verduidelijkt Bram. “Het stamt af van de Bronx, waar de eerste platen werden gescratcht. Crotona is echt mijn passieproject, wat eerst Kickstart was, maar dan goed. DJ-shows verkopen is leuk, maar echt een event organiseren waar mensen een ticket voor kopen, dat was altijd mijn droom.”

Zijn grootste mijlpaal was een eigen festivalvergunning krijgen. “We wilden op de Berendonck een festival organiseren, maar dat werd vanwege covid afgeblazen. Gelukkig kregen we in Nijmegen wél toestemming voor een festival op het Vasim-terrein. Die weg daar naartoe was heel spannend. Alles was rond, maar toen kwam het weercijfer: een 1. En het bleef een 1! Op de dag zelf was het zelfs code oranje. Het festival zelf ging goed, alleen financieel gezien was het een ramp. We hadden een worst-case scenario, en daar zaten we onder. Dat je gewoon denkt: hoe dan?”

Bram leerde zijn lesje. “Mijn motto is ‘Hocus pocus, houd die focus’, maar ik deed dat zelf niet. In mijn enthousiasme dacht ik te groot. Nu weet ik: eerst de basis op orde, dan pas uitbreiden. Daarnaast gaan we voor de volgende editie samenwerken met een andere organisator, zodat we de risico’s kunnen spreiden.”

Crotona op Emporium
En nu staat Bram op Emporium, het grootste festival van Wijchen. “Ik heb nog nooit zoveel reacties gehad toen dit bekend werd. We werken al samen met Emporium voor techniek en nu krijgen we een eigen stage die we zelf mogen programmeren. Een kleine droom die uitkomt. Ik draai ook een set onder mijn eigen naam: Brand Rose. Het wordt echt te gek.”

En na Emporium? “Ik zie mezelf niet per se groter worden in het draaien. Ik wil liever dat Crotona uitgroeit tot een festival van formaat. Daarnaast is mijn ultieme droom om financieel onafhankelijk te zijn tegen de tijd dat ik 35 ben, zodat ik niet meer hoéf te werken. Startups helpen met groeien en mijn lessen delen, dat lijkt me wel wat.”